Wordingsgeschiedenis
Huidige opzet
Mijlpalen
Financiering
Oprichting Bezinningsgroep
In de eerste helft van 1974 werd mede door activiteiten van de leden van de Werkgroep Kernenergie in wijdere kring steun gevonden voor een bezinningsperiode of moratorium ten aanzien van de invoering van kernenergie in Nederland. Op dat moment werd de tijd rijp geacht om tot een meer formele organisatie over te gaan. Trip, die minister van Wetenschapsbeleid was voor de PPR in het kabinet-Den Uyl, spoorde zijn partijgenoot Tuininga in april van dat jaar aan om het initiatief te nemen tot het oprichten van een Bezinningsgroep energiebeleid. De Werkgroep Kernenergie had al een concept-bezinningsnota geschreven, maar Tuininga vond deze 'te licht' voor de Ministerraad. De werkgroep stelde een bezinningsperiode voor van drie jaar, die op 1 januari 1978 in zou moeten gaan. Over dit onderwerp en over de stapel staande energienota vond in juli van dat jaar een gesprek plaats tussen de ministers Lubbers en Trip en Tuininga, Daey Ouwens, Turkenburg en D. Eisma en W. Riedijk namens de werkgroep.
Begin augustus ging de conceptenergienota in de departementen in roulatie. Leden van de Werkgroep Kernenergie wisten beslag te leggen op deze nota en stuurde deze naar de zeventien personen die voor de eerste bijeenkomst van de Bezinningsgroep energiebeleid, half augustus, voor het eerst bij elkaar kwam in het pand van Milieudefensie. De voorsprong in kennis stelde de nieuw gevormde bezinningsgroep Energiebeleid in de gelegenheid om direct na de officiële publicatie van de nota een reactie voor te bereiden. Nog in dezelfde maand verscheen de Bezinningsnota Kernenergie.
Alternatieve scenario's voor meer kernenergie
De door Tuininga geschreven conceptnota over dit onderwerp werd stevig geamendeerd en vervolgens door de Werkgroep (Kern)energie technisch verzorgd en uitgebracht. Het stuk werd op 3 september aan de ministerraad aangeboden en op 10 september op een persconferentie aan het publiek gepresenteerd. In deze nota drong de Bezinningsgroep er bij de regering op aan om voorlopig af te zien van de verdere bouw van kerncentrales. Op 23 september 1974 verscheen de Energienota van Lubbers, waarna de Bezinningsgroep met een verklaring reageerde. Medio oktober bezon de Bezinningsgroep zich op andere scenario's voor het energiebeleid, en rekende men er op om nog ongeveer een jaar te bestaan om als klankbord te fungeren voor nieuwe ideeën op energiegebied. Men was op zoek naar compromissen en haalbaarheid en het was daarom beslist geen actiegroep.
"Geef ons het voordeel van de twijfel"
Op 31 januari 1976 verscheen in de kranten Trouw en NRC-Handelsblad een advertentie van de Bezinningsgroep Energie, getiteld 'Leden van de Tweede Kamer, geef ons het voordeel van de twijfel', met 1200 ondertekenaars uit kringen van de wetenschap. De bezinningsgroep concludeerde achteraf dat de invloed van deze verklaring op het kabinetsbesluit tot uitstel van de definitieve beslissing om kerncentrales te bouwen, van doorslaggevende betekenis was geweest.
Het idee achter de bezinningsgroep was om belangrijke mensen met een specifieke deskundigheid bij elkaar te brengen, en met behulp van hun invloed en kennis een fundamentele discussie over het Nederlandse energiebeleid op gang te brengen en te beïnvloeden. In deze groep namen mensen uit geheel verschillende maatschappelijke groeperingen op persoonlijke titel deel. Ze waren afkomstig uit het energieonderzoek, de industrie, de overheid, de milieuorganisaties, de vakbeweging. Lid in de jaren zeventig waren onder meer vakbondsleider A. Kloos, prominent fysicus en Philips-topman H. Casimir, W. Beek, de directeur van Unilever research en Th. Potma. Door de aanwezigheid van een aantal pro-kernenergiemensen (o.a. afkomstig van Shell) was het onderwerp kernenergie in deze groep onbespreekbaar. Daarom werd van het begin af besloten om de nadruk te leggen op het ontwikkelen van alternatieve opties. Volgens Tuininga was er toen nog heel weinig kennis op dat gebied. Door toedoen van de Bezinningsgroep is het opstarten van de discussie over een andere energievoorziening dan de tot dan toe voorgestane ook goed gelukt.
25 jaar "stille kracht"
De Bezinningsgroep, die nu uit ongeveer 20 leden bestaat, is nog altijd actief. Zij heeft in 2000 haar 25-jarig jubileum gevierd. De groep fungeert als een informeel forum waar verschillende partijen uit de energiewereld elkaar ontmoeten. Volgens voorzitter P. Vellinga is in die 25 jaar "de club van (genuanceerde) neezeggers geëvolueerd tot gids in turbulent energieland, de 'stille kracht'". De invloed is volgens Vellinga behoorlijk groot: "Eigenlijk worden de gedachten die in de bezinningsgroep leven vrij gemakkelijk overgenomen door Den Haag". Een belangrijk verschil met de jaren zeventig is dat niet meer energie maar milieuvraagstukken de leidende rol spelen.